Shit privacy

We besluiten eens voor iets anders te kiezen dan de standaard camping. Via internet vinden we iemand die een plek in zijn achtertuin aanbiedt om te kamperen. We hebben geen idee wat we moeten verwachten, maar boeken gewoon 2 nachten en dan zien we wel weer verder.

Na een half uurtje rijden zijn we op de plek van bestemming. Onze navigatie heeft ons niet bij het huis gebracht maar aan de achterkant, bij de buurman in de wei. We parkeren even en gaan kijken waar we nu precies moeten zijn. Bij het huis komen we een Belgisch gezin tegen die ons alles uitlegt. Andrej, de eigenaar, is in Zagreb en komt pas aan het einde van de dag thuis. We rijden onze camper over het grasland van de buurman naar de tuin en parkeren naast het zwembad. In de tuin vinden we naast het zwembad een grote buitenkeuken, een buitendouche die op zonnewarmte werkt en een grote moestuin. We kunnen de badkamer binnen in huis gebruiken. Nadat de Belgen zijn vertrokken hebben we alles voor ons alleen. Nou ja alleen… Mickey is een katje van een paar maanden oud en heel nieuwsgierig. Al snel ligt hij bij ons op schoot en kan hij het goed met Pep vinden. Als Andrej thuiskomt laat hij ons zijn wijnkelder met uitgebreide collectie zien. Hij blijkt een groot liefhebber en verzamelaar. Samen met zijn vrouw heeft hij een restaurant in het bloemenpark in Mozirje, zo’n 8km verderop.

Andrej neemt de volgende dagen uitgebreid de tijd om ons alles te vertellen over de omgeving en waar we allemaal goede wijn kunnen drinken in Slovenië. Ondertussen is er nog een Nederlands stel aangekomen met een tent. Andre en Güler zijn op vakantie en kamperen met een tent. We besluiten naar de top van de nabij gelegen berg te wandelen. Hier staat een pelgrimskerk en kleine herberg. Andrej vertelt dat hij om de dag een wandeling naar boven maakt en het niet erg moeilijk is. Wij doen er ongeveer 2 uur over om boven te komen en zijn nat van het zweet als we bij de herberg aankomen. Andre en Güler maken die middag dezelfde wandeltocht en ontmoeten we op het terras. Eerst maar een groot glas bier om de dorst te lessen. De kerk blijkt dicht te zijn, maar de eigenaresse van de herberg geeft ons de sleutel en wij gaan naar binnen om rond te kijken. Nadat we met z’n vieren in de kerk gekeken hebben beginnen Marinka, Pep en ik weer aan de afdaling. We kiezen voor de ‘korte’ en steile route naar beneden. Dit scheelt zeker de helft van de tijd, maar het is glijden naar beneden en wij kunnen hier alleen lopen omdat de grond enigszins droog is. Als we terug bij de camper zijn, hadden we daar Andre en Güler al verwacht, omdat zij met de auto naar de voet van de berg waren gereden. Een uur later vertellen zij ons dat ze verdwaald waren door het pelgrimspad richting Hongarije te volgen.

Andrej en Irena nodigen ons uit om te komen eten bij hun restaurant. We besluiten eerst boodschappen te gaan doen en dan door te rijden naar het bloemenpark. Omdat we via het land van de buurman de tuin in zijn gereden lijkt het ons beter nu maar gewoon de normale inrit bij het huis te nemen. Echter als we de tuin uitrijden moeten we een kleine steile heuvel af en waar we al bang voor waren gebeurt. De kont van de camper raakt de bodem en we kunnen niet verder. Er zit niks anders op dan vol gas achteruit zodat we weer loskomen. Onze, al beschadigde, plastic bumper krijgt nog wat extra te verduren, maar gelukkig blijft het bij wat scheurtjes in het plastic en geen reden tot zorgen. Er zit niks anders op dan weer over het land van de buurman naar de openbare weg te rijden. Later die dag krijgen we een heerlijk 5-gangen diner van lokale recepten met producten uit de streek. Een echte aanrader, wat hier in Slovenië populair is, is pompoenolie. Dit doet men bijvoorbeeld in een soep of over vanille-ijs. Bij iedere gang komt Andrej bovendien met een andere wijn die we moeten proeven. Sindsdien is Marinka groot liefhebber van de Malvasia wijn met eikenhouten smaak.

Na ons afscheid bij Andrej en Irena rijden we door naar boerderij Artisek voor een nachtje. Ze hebben hier 2 appartementen en een veldje om te kamperen. Hier vinden we een luxe douche, met een badkamer die op slot kan. Dit hadden we even een week gemist. De eigenaar legt ons uit dat we in het nabijgelegen bos met Pep een wandeling kunnen maken en dat er een route staat aangegeven die ons zo weer terugbrengt bij de boerderij. “Een uurtje lopen, je kunt niet verdwalen.” Wij wel dus! In het bos aangekomen splitsen de wegen zich constant en we proberen steeds de meest belopen paden te volgen. Het lijkt wel alsof we iedere 10 meter met onze neus in een spinnenweb lopen. Uiteindelijk dalen we door het bos af naar een weiland. Tussen de bosrand en het weiland staat echter nog een paar meter brandnetels en ander onkruid. Pep springt er vrolijk doorheen en nu het gaat schemeren zit er niks anders op dan door de brandnetels te gaan met onze blote benen. Heerlijk die natuur!

De volgende ochtend rijden we door naar het klooster Žiče. De weg erheen is door de bergen en deels onverhard. We vinden het erg leuk om dit soort wegen te rijden, maar het blijft wel wat avontuurlijk met onze grote camper. We kunnen immers moeilijk ander verkeer passeren en keren is helemaal een opgave. Gelukkig hoeft dat weinig.

Het klooster staat op een afgelegen plek in de bossen. Het is een kartuizerklooster, waarvan een groot gedeelte enkel nog ruïne is. We huren een audio gids en lopen door het klooster.

“De kartuizers zouden de strengst levende monniken van het westerse kloosterwezen zijn, al valt die reputatie moeilijk te controleren omdat ze nooit een stap buiten hun kloosters zetten en zelfs hun familie maar sporadisch schrijven. In ieder geval besteden ze dagelijks veel tijd aan het getijdengebed en spreken alleen met elkaar op een wekelijkse wandeling en op feestdagen, en dan nog zeer kort, doen maar een klein gedeelte van het dagelijkse programma samen en blijven de rest van de tijd in hun kluis. Ze leven zeer afgezonderd van de rest van de maatschappij.”

Op het terrein vinden we de resten van een kapel, de centrale kerk, de verdedigingsmuren en er is een museum in gerenoveerde gebouwen. Die nacht slapen we op de parkeerplaats bij het klooster. Bij het klooster is een restaurantje, waar we gebruik maken van het sanitair. Net als op zoveel plekken in Slovenië, kun je hier ook weer de deur van het toilet niet op slot doen. Dit is dan ook een terugkerend thema tijdens onze reis. “En… kan de deur op slot?”. Hier in Slovenië heb je nou eenmaal geen privacy nodig op het toilet. Cultuurverschilletje.

Vanaf het klooster rijden we door naar Slovenske Konjice, een klein stadje op 20 minuten rijden. We zoeken een terrasje op te lunchen. Het is vandaag erg heet en we zoeken een plek in de schaduw. In het centrum vinden we maar 1 plek waar gegeten kan worden. We vragen naar het menu, maar men spreekt weinig Engels en de ober begint het menu op te noemen. We bestellen een typische Sloveense soep. Hierna rijden we door naar Rogla. Dit is een groot skigebied, met een camperplaats. Als we boven zijn is het heerlijk koel en schijnt de zon.

Bij Rogla staan meerdere hotels en zien we naast vele fietsers en wandelaars verschillende internationale sportclubs die hier op trainingskamp komen. Er zijn drie voetbalvelden, die iedere dag veelvuldig gebruikt worden. Op de pistes lopen overal koeien rond. Als wandelaar en fietser kun je door de koeien heen, maar moet je dus wel goed kijken waar je je voeten zet als je ze schoon wilt houden. Naast werken maken we in de 5 dagen dat we in Rogla zijn lange wandelingen en ga ik mountainbiken. Nou mountainbiken heb ik gedaan. Je bent in 10 minuten beneden en dan kun je honderden meters weer steil omhoog klimmen met de fiets aan de hand over de piste. Ik heb het toch liever iets heuvelachtiger. Op de camperplaats bij de afvalplaats vindt Marinka nog een paar ‘zo goed als nieuwe’ schoenen die verder met ons mee op reis gaan.

Nadat we de camper gewassen hebben bij de camperplaats in Rogla, besluiten we door te rijden naar Maribor, de 2e stad van het land. De meeste inbraken van campers zijn in een stad. Dus als we ons huis een hele dag achter laten doen we dat liever op een vertrouwde plek. We parkeren bij een camperplaats buiten de stad en lopen 6km naar het centrum. Eerst door het bos, waar Pep nog even kan dollen met een andere hond en dan via een kilometers lang park de stad in. In de vijvers van het park zien we vele schildpadden zwemmen. Maribor heeft nog veel oude gebouwen en is ruim opgezet. Het is niet bijzonder druk in de stad en het doet niet direct aan als een ‘grote’ stad. We lopen langs de rivier en in de oude stad zoeken we het straatje op waar volgens Andrej de leukste restaurants zitten. Na de lunch nemen we nog een wijntje bij de oude watertoren, alvorens we vertrekken om weer 6km terug te lopen naar de camper. Marinka heeft voor de volgende dag een leuke boerderij gevonden aan de andere kant van de stad. Hier hebben ze naast een hond en katten ook paarden. Lees meer over ons verblijf bij Lucija en Simon in hun oude landhuis in onze volgende blog.

Comments (5)

Weer een mooi verhaal hoor!!

Mooi hoor, wat zien jullie een hoop mooie plekken.

Weer een heel avontuur, ben benieuwd naar de verklaring van de titel.

Hi, de titel slaat op onze ervaring dat meer dan de helft van de toiletten in Slovenië niet op slot kunnen 😉

Prachtige foto’s en zo geschreven dat ik me goed in kan leven..
Nog even en ik ga het met eigen ogen aanschouwen, Kan niet wachten!
Goed bezig, blijf genieten van dit grote avontuur!
Liefs Conny

Leave a comment